Geluid

Als het waait, stroomt er lucht langs de rotorbladen (wieken) van een windmolen. Dat veroorzaakt een geluid dat door mensen als zoevend, zwiepend of stampend wordt ervaren. Hoe harder het waait, hoe meer geluid een windmolen produceert. Het is echter niet gezegd dat al het geluid dan ook als zodanig waargenomen wordt. Als het hard waait is er vaak ook veel geluid uit andere bronnen, zoals het bewegen van bomen en blaadjes. Het windmolengeluid valt dan voor een groot deel weg tegen dit omgevingsgeluid.

Lden en dB(A)

In Nederland is er een norm gesteld, die aangeeft hoeveel windmolengeluid er gemiddeld per jaar op de gevel van huizen in de buurt mag komen. Daarbij wordt de eenheid Lden (Level day evening night) gebruikt. Deze maat houdt rekening met omgevingsgeluid en de geluidsbeleving binnen verschillende dagdelen. ’s Avonds en ’s nachts is het buiten stiller en valt windmolengeluid meer op; in die periodes wordt er daarom een nog strengere norm Lnight gebruikt. Daarnaast wordt het volume niet in decibel (dB), maar in dB(A) aangeduid. Hierbij worden de lagere en heel hoge frequenties, die wij minder goed horen, minder zwaar meegeteld, waardoor dB(A) meer rekening houdt met de menselijke waarneming van geluid.

De norm

In de Wet Milieubeheer is beschreven dat een windturbine gemiddeld per jaar niet meer geluid mag maken dan Lden 47 dB(A) op de gevel van een huis. Dit is vergelijkbaar met 40 à 41 decibel. Ter vergelijking: regen produceert een geluid van 50 dB, net als een koelkast. Een koffiezetapparaat en een elektrische tandenborstel produceren 55 dB. ’s Avonds en ’s nachts mag een windmolen jaarlijks gemiddeld slechts Lnight 41 dB(A) geluid op de gevel van huizen maken. Qua decibellen zit dit tussen de stilte in een bibliotheek en het gefluit van vogels bij zonsopkomst in. De Nederlandse norm wijkt niet duidelijk af van normen in andere Europese landen, en komt overeen met de aanbevelingen van de World Health Organisation (WHO).

Versterken of wegvallen?

Als twee bronnen tegelijkertijd geluid produceren, bijvoorbeeld twee windmolens, dan overstemt de hardere bron de zachtere. Als beide bronnen precies even hard klinken, telt het aantal dB niet op, maar komt er voor het geluid dat ze samen produceren maximaal 3 dB bij. Het aantal decibel verdubbelt dus niet en versterkt elkaar alleen in heel beperkte mate.

Laagfrequent geluid

In de norm van Lden 47 dB is ook rekening gehouden met het optreden van laagfrequent geluid, dat altijd een onderdeel van het geluidsspectrum van windmolengeluid uitmaakt. Het is buiten overal aanwezig, maar voor de meeste mensen niet te horen. De NWEA zet op hun website duidelijk uiteen welk onderzoek er is geweest naar windmolengeluid en gezondheidseffecten. Zij concluderen dat er op dit moment geen aanwijzingen zijn dat het aandeel laagfrequent geluid een rol speelt in de beleving en gezondheid van omwonenden. Onderzoekers uit het kennisplatform windenergie trekken dezelfde conclusie.

Gondel en tandwielkast

Moderne windmolens zijn inmiddels zo ver ontwikkeld dat het geluid van de tandwielkast in de gondel haast niet meer hoorbaar is. Als men spreekt over windmolengeluid, dan wordt eigenlijk altijd het geluid van  de bewegende wieken bedoeld. Soms worden ook andere (kortdurende) geluiden gerapporteerd die waarschijnlijk niet met de luchtstroming rond de wieken te maken hebben, maar voortkomen uit de draaiende delen in de gondel van de windmolen. Zo is soms bijvoorbeeld het op de wind draaien van de gondel hoorbaar.

Geluidservaring

Of mensen het geluid van een windmolen ook echt horen, hangt van veel factoren af. Zo kan er een hardere geluidsbron in de buurt van de windmolen zijn die het geluid van de windmolen overstemt, zoals een snelweg. Ook de isolatie van een woning speelt een rol, omdat het geproduceerde geluid op de gevel van het huis gemeten wordt. Binnenshuis is het geluid van een windmolen wellicht helemaal niet te horen. Overdag is er vaak omgevingsgeluid, waardoor veel windmolengeluid wegvalt. ’s Nachts is het meestal rustiger buiten. Daardoor kan windmolengeluid ’s nachts meer opvallen. Daarom geldt ’s nachts en striktere norm. Het komt ook wel eens voor dat het boven de 100 meter wel waait en op de grond bijna windstil is, ook dan valt windmolengeluid meer op.

Hinder en gezondheidseffecten

Niet alleen de hoeveelheid geluid, maar ook persoonlijke factoren kunnen van invloed zijn op de geluidsbeleving. Zo zijn sommige mensen gevoeliger voor geluid dan anderen. Het kennisplatform windenergie meldt het volgende over dit onderwerp:

“Het is bekend dat er mensen zijn die hun gezondheidsklachten toeschrijven aan windturbines (windmolens) in hun omgeving. Uit onderzoek bij andere geluidbronnen, blijkt dat chronische hinder of het gevoel dat de kwaliteit van de leefomgeving afneemt, een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid en het welbevinden. Het is duidelijk dat het geluid van windturbines eerder als hinderlijk wordt ervaren dan geluid van verkeer of industrie. Het kan niet worden uitgesloten dat het geluid van windturbines tot slaapverstoring leidt. Andere gezondheidseffecten zoals vermoeidheid, hoge bloeddruk of het windturbinesyndroom zijn nog niet wetenschappelijk aangetoond. Het is overigens niet uitgesloten dat een (klein) aantal omwonenden klachten heeft die in de onderzoeksresultaten niet naar voren komen.” Bron

Meer informatie

Kennisplatform windenergie

RVO