Subsidie

Het kost ongeveer 7 eurocent per kWh om elektriciteit uit wind te maken. De marktprijs voor elektriciteit ligt op dit moment rond de 3.5 cent per kWh. Zolang de kostprijs hoger is dan de verkoopprijs, is investeren in windenergie niet rendabel en dus niet aantrekkelijk. Daarom overbrugt de overheid het prijsverschil met subsidie; de Stimulering Duurzame Energieproductie, oftewel SDE+. De hoogte van de SDE is afhankelijk van de stroomprijs. Als de elektriciteitsprijs stijgt, daalt de subsidie en andersom. Er is daarbij een ondergrens aan de elektriciteitsprijs gesteld.

Waarom duurzame energie?

Grondstoffen zoals kolen, olie en gas, die nodig zijn voor de opwekking van ‘grijze stroom’, worden steeds schaarser en moeten bovendien uit het buitenland komen, waardoor Nederland steeds afhankelijker van andere landen dreigt te worden. Vanwege aardbevingsgevaar is ook het aanboren van onze eigen gasvoorraden geen optie meer. Daarnaast komt er bij de energieopwekking uit fossiele brandstoffen grote hoeveelheden CO2 vrij die schadelijk zijn voor onze aarde. Ze tasten de ozonlaag aan waardoor de aarde opwarmt en het klimaat verandert. Om dat te voorkomen worden er internationale afspraken gemaakt over het uitstoten van CO2, energiebesparing en het opwekken van duurzame energie. De ‘brandstof’ voor duurzame bronnen, zoals zon en wind, raakt namelijk niet op en zijn in elk land (in meer of mindere mate) beschikbaar. Bovendien zorgen duurzame energieopwekkers niet voor uitstoot van broeikasgassen.

Nieuwe kansen

Op plaatsen waar een initiatief, zoals een windmolenpark, ontwikkeld wordt, ontstaat er werkgelegenheid voor de lokale bevolking. En met de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technieken creëren we een sterke internationale concurrentiepositie. Kortom: naast een schonere aarde en verminderen van klimaatverandering, biedt de overstap op duurzame energie ook veel voordelen op landelijk en lokaal niveau.

Landelijke doelstellingen

De Nederlandse overheid heeft afspraken gemaakt voor de verduurzaming van onze energieopwekking, en die vastgelegd in het energieakkoord. Daarin staat onder andere dat 14% van de energie in 2020 duurzaam opgewekt moet zijn. Ten tijde van ondertekening van het akkoord in 2013 was dat nog 5%, dus er is nog veel te doen. Om de doelstelling te behalen moet er onder andere meer energie uit duurzame energiebronnen, zoals wind, opgewekt worden. In 2020 moet er daarom 6000 megawatt (MW) vermogen wind op land gerealiseerd zijn. Dat is bijna drie keer zo veel als in 2013 en genoeg om ruim 3 miljoen huishoudens van groene energie te voorzien.

Ruimtelijke kaders

Om dat te behalen, heeft elke provincie een eigen doelstelling gekregen, en zijn er per provincie zogenaamde zoekgebieden aangewezen waar realisatie van windmolens mogelijk is. Op de website van de Rijksoverheid en RVO is meer informatie te vinden over de doelstellingen voor wind op land.

Tijdelijk

De verwachting is dat het subsidiëren van duurzame energie maar tijdelijk nodig is. De kosten van duurzame energieopwekking dalen nog steeds, terwijl de kosten van fossiele brandstoffen en van CO2 naar verwachting stijgen in de toekomst. Het subsidiesysteem is zo ingericht, dat de subsidie wordt verminderd bij een stijgende marktprijs. Op langere termijn wordt dan ook verwacht dat het niet meer nodig zal zijn om de productie van elektriciteit uit wind te subsidiëren.